Onderzoeksprojecten weerspiegelen breedte van het werkveld van de COGEM

Onderzoek

In 2015 zijn er in opdracht van de COGEM zeven onderzoeksrapporten verschenen. De rapporten waren niet alleen technisch van aard, maar geven ook inzicht in de opvattingen van de Nederlandse bevolking ten aanzien van genetische modificatie en ggo’s of de economische positie van de Nederlandse biotechnologie sector. De rapporten worden hieronder kort toegelicht.

Aquatische organismen

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat aquatische organismen mogelijk negatieve effecten ondervinden na opname van Bt-toxines afkomstig van insectenresistente gg-maïs. Hoewel deze bevindingen in de wetenschappelijke literatuur worden bekritiseerd, spelen de mogelijke nadelige effecten voor aquatische organismen een belangrijke rol in de discussie over de veiligheid van gg-gewassen en over hoe de milieurisicobeoordeling uitgevoerd moet worden. In het rapport Inventariserend onderzoek naar de potentiële blootstelling van aquatische organismen aan plantmateriaal van Bt-Mais is onderzocht in welke mate aquatische organismen aan plantmateriaal van genetisch gemodificeerde maïs worden blootgesteld. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek concludeert de COGEM dat er geen aanleiding is om blootstellingsexperimenten met aquatische organismen uit te voeren bij de toelating van Bt-gewassen.

Bewaarziekten

De COGEM heeft in het verleden verschillende lijsten gepubliceerd met pathogeniteitsclassificaties van micro-organismen. De COGEM heeft deze lijsten laten controleren op de aanwezigheid van verwekkers van zogenaamde bewaarziekten. Verwekkers van bewaarziekten worden als opportunistische pathogenen beschouwd en daarmee niet geclassificeerd als pathogeen. De grens tussen bewaarziekten en plantpathogenen is soms moeilijk te trekken. Onderdeel van de onderzoeksvraag was daarom of de geïdentificeerde organismen op de lijsten met pathogene micro-organismen opgenomen moesten worden. Dit is in het rapport Screening of the COGEM lists of non-pathogenic bacteria and fungi for postharvest diseases and plant pathogens onderzocht. Het rapport toont ander andere dat op de lijst met apathogene schimmels twee pathogene schimmels en vijf verwekkers van bewaarziekten staan. Daarnaast blijkt van 13 schimmels de pathogeniteitsclassificatie zo complex, dat de COGEM hier in een later advies op terug zal komen.

Biologische bestrijders

In kassen en kweekcellen komen soms plaagorganismen, zoals bladluis, witte vlieg of trips voor. Biologische bestrijding is een standaard methode in de kasteelt om plagen terug te dringen. Deze biologische bestrijders kunnen echter vanwege hun mobiliteit mogelijk gg-plantmateriaal uit de kas meenemen en verspreiden. In het rapport Biological control of pests in GM plant experiments: risks, benefits and consequences for containment is onderzocht welke biologische bestrijders in kassen in Nederland ingezet kunnen worden en wat de mogelijke consequenties voor de inperking bij werkzaamheden met ggo’s kunnen zijn. In een vervolgonderzoek wordt onderzocht of de geschetste verspreidingsroute van gg-pollen via biologische bestrijders daadwerkelijk mogelijk is.

Laboratoriumexperimenten met niet-doelwitorganismen

Bij een vergunningaanvraag voor de teelt van een insectenresistent, genetisch gemodificeerd gewas, moet de aanvrager een risicoanalyse uitvoeren. Een belangrijk onderdeel van de analyse is of het gg-gewas geen nadelige effecten heeft op andere organismen dan het plaagorganisme. Of er mogelijke effecten zijn op deze zogenoemde niet-doelwitorganismen, wordt onder andere in laboratoriumexperimenten onderzocht. In de afgelopen jaren zijn er verschillende wetenschappelijke publicaties met tegenstrijdige resultaten verschenen. Onderzoeksgroepen blijken uiteenlopende resultaten te verkrijgen met dezelfde organismen en hetzelfde gg-materiaal. De COGEM heeft daarom laten onderzoeken aan welke criteria laboratoriumexperimenten met niet-doelwitorganismen moeten voldoen om resultaten te behalen die waardevol zijn voor de risicoanalyse. Deze criteria worden in het rapport Testing impacts of toxic compounds from transgenic crops on non-target arthropods in tier-1 studies: exposure and response beschreven.

Preklinische studies

Regelmatig verschijnen in de wetenschappelijke literatuur en in de media publicaties over successen die in preklinische gentherapiestudies met diermodellen zijn behaald. De COGEM heeft een inventarisatie laten maken vande wereldwijd uitgevoerde preklinische gentherapiestudies om inzicht te krijgen in het type klinische studies dat de komende jaren te verwachten is en in welke richting de gentherapie zich zal ontwikkelen. In het rapport Uit het rapport Assessment of preclinical gene therapy studies worldwide blijkt dat in de komende jaren steeds meer gentherapeutica op de Europese markt zullen komen. Hoe de Nederlandse samenleving hierop zal reageren is niet met zekerheid te voorspellen. Daarbij blijft het vakgebied zich continu verder ontwikkelen en worden de nieuwste technieken geïmplementeerd, zoals de toepassing van exosomen, ‘genome editing’ en ‘vector barcoding’. De impact van deze technieken op de milieurisicobeoordelingssystematiek blijft hierbij een punt van aandacht en wordt door de COGEM nauwgezet gemonitord.

Publieksperceptie genetische modificatie

In 2010 werd het laatste kwantitatieve onderzoek naar perceptie en houding van de Europese (en Nederlandse) bevolking over genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) gepubliceerd. De COGEM heeft in het rapport Opvattingen over genetische modificatie en genetisch gemodificeerde organismen laten onderzoeken of de meningen over dit onderwerp in de tussentijd veranderd zijn. Uit de publieksenquête blijkt onder meer dat de interesse in het onderwerp bij de Nederlandse bevolking beperkt is. De meeste mensen hebben geen tot weinig kennis en nauwelijks een mening over het onderwerp. De desinteresse van het grote publiek blijkt ook uit het feit dat het leeuwendeel van de mensen nooit actief naar informatie over genetische modificatie zoekt, hetzij op internet, in de media of via bezoek van bijeenkomsten. Producten en toepassingen van genetische modificatie worden per geval beoordeeld aan de hand van de voordelen (of nadelen) die ze aan consument of patiënt bieden.

Economische analyse biotechnologie

TNO heeft in opdracht van de COGEM de economische ontwikkelingen in de Nederlandse biotechnologiesector vanaf 2007 tot 2014 in kaart gebracht. Het rapport Economische analyse van de Nederlandse biotechnologiesector geeft een beeld van het grote economisch belang van biotechnologie. Daarnaast blijkt biotechnologie sterk te integreren in andere productiesectoren en wordt het steeds lastiger om biotechnologiespecifieke gegevens te verkrijgen.

De inhoud en conclusies van door de COGEM opgedragen onderzoeksrapporten zijn voor rekening van de uitvoerders. De COGEM gebruikt de resultaten van het onderzoek om haar eigen conclusies te trekken en de resultaten kunnen in adviezen en signaleringen verwerkt worden.

Alle onderzoeksrapporten en de conclusies die de COGEM verbindt aan de verkregen resultaten zijn te downloaden van onze website http://www.cogem.net.