Voorwoord

Onmiskenbaar is de belangstelling van het Nederlandse publiek voor genetische modificatie en biotechnologie sterk verflauwd. Uit onderzoek blijkt dat heden ten dage de meeste mensen geen tot weinig kennis en nauwelijks een mening over het onderwerp hebben. De desinteresse van het grote publiek blijkt ook uit het feit dat het leeuwendeel van de mensen nooit actief naar informatie over genetische modificatie zoekt, hetzij op internet, in de media of via bezoek aan bijeenkomsten. Producten en toepassingen van genetische modificatie worden per geval beoordeeld aan de hand van de voordelen (of nadelen) die ze aan consument of patiënt bieden.

De desinteresse van het publiek staat in schril contrast met de ontwikkelingen binnen de biotechnologie zelf. De technologische mogelijkheden lijken in een stroomversnelling te komen en dit heeft grote consequenties voor ons denken, het beleid en de regelgeving over genetische modificatie. Nieuwe en soms ook aloude ethische vragen worden opgeworpen. Het economische belang van biotechnologie is sterk toegenomen en biotechnologie is geïntegreerd geraakt in tal van sectoren, waaronder de gezondheidszorg en de landbouw. Genetische modificatie is als hulpmiddel onontbeerlijk geworden voor de productie van bio-chemicaliën, enzymen, antibiotica, of geur- en smaakstoffen. De snelheid van de ontwikkelingen binnen het werkveld van de COGEM maakt beantwoording van die vragen en aanpassing van regelgeving en beleid urgent. In het afgelopen jaar heeft de COGEM getracht een bijdrage te leveren aan de zo broodnodige aanpassing van het beleid en de regelgeving met adviezen, signaleringen en de organisatie van een internationaal symposium.

Eén van de opvallendste ontwikkelingen binnen de biotechnologie is zonder twijfel de toegenomen mogelijkheid om gerichte veranderingen in het genoom van mens, dier en plant aan te brengen. De nieuwe genome editing technologie CRISPR/Cas9 is al door velen, inclusief de COGEM, omschreven als een revolutionaire doorbraak. In 2015 werd steeds duidelijker wat de consequenties van de nieuwe genome editing mogelijkheden zijn. Het wegvallen van de technische barrières voor kiembaanmodificatie, het aanpassen van het menselijke genoom (human genome editing), kreeg dan ook volop belangstelling van media en wetenschappers. De kans die dit biedt om erfelijke ziekten aan te pakken versus de angst voor eugenetica, leidde tot een debat over de rol en verantwoordelijkheid van wetenschappers, artsen en patiënten. Dit vanwege de vraag, of alles wat mogelijk is ook toegestaan moet worden. Opvallend was dat de discussie hierover vooral gevoerd werd in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar dat het in Europa grotendeels stil bleef. De COGEM heeft daarom samen met de Gezondheidsraad eind 2015 de internationale bijeenkomst 'Genome on Demand? Exploring the implications of human genome editing' georganiseerd over kiembaanmodificatie waarbij zowel wetenschappers als stakeholders vertegenwoordigd waren. De vele verschillende aspecten die spelen bij dit beladen onderwerp werden vanuit de verschillende perspectieven van stakeholders, technische en sociale wetenschappers belicht. Met grote tevredenheid kijk ik terug op dit symposium. De COGEM zal het onderwerp op de voet blijven volgen en zal in het komende jaar een signalering over dit onderwerp publiceren.

De noodzaak van aanpassing van het ggo-beleid blijkt ook uit de in 2015 verschenen signalering ‘Rode draden in de vergunningverlening’. De ggo-vergunningverlening blijkt op een essentieel punt af te wijken van het onlangs door IenM gepubliceerde integrale afwegingskader voor de verschillende risico- en veiligheidsbeleidsterreinen van het ministerie. In het ggo-uitvoeringsbeleid is geen ruimte voor een politieke afweging van kosten en baten (nut-risico afweging) die in andere veiligheidsterreinen wel plaatsvindt, omdat ggo’s alleen toegestaan worden als de risico’s verwaarloosbaar klein zijn. Behalve dat hierdoor maatschappelijke kansen mogelijk niet benut en innovatie geremd wordt, sluit het ggo-beleid ook niet aan bij de maatschappelijke wens om de voordelen en de nadelen van producten tegen elkaar af te wegen.

Ook binnen de technisch-wetenschappelijke adviestaak van de COGEM speelden zich een aantal opvallende ontwikkelingen af. Het aantal adviesvragen over toelating van geneesmiddelen die genetische gemodificeerde organismen of componenten bevatten, loopt al enkele jaren op. Ook het aantal adviesvragen over gentherapiestudies nam in 2015 toe. Dit duidt erop dat genetische modificatie een vaste plek begint te verwerven in de gezondheidszorg. Werd de Nederlandse burger tot nu toe vooral als consument geconfronteerd met een handvol producten in de winkelschappen die als ggo zijn geëtiketteerd, in de toekomst zal hij steeds vaker als patiënt te maken krijgen met ggo’s. Wat dat betekent voor het weggezakte maatschappelijk debat over genetische modificatie zal in de komende jaren moeten blijken.

2015 was een druk jaar voor de COGEM. Naast de vele adviesvragen die de COGEM ontving, zijn de werkzaamheden voor de vierde Trendanalyse biotechnologie in volle gang. De trendanalyse wordt op verzoek en ten behoeve van de Tweede Kamer opgesteld. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft aan de Gezondheidsraad en COGEM gevraagd om met ondersteuning van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid deze trendmatige analyse van de ontwikkelingen in de biotechnologie op te stellen. De trendanalyse zal in het voorjaar van 2016 verschijnen.

Ondertussen is mede door de grote werkdruk het veertigjarig bestaan van de COGEM en haar voorlopers, nagenoeg ongemerkt voorbij gegaan. In 2016 zal de COGEM hieraan alsnog aandacht besteden met de publicatie van een bundeling van een aantal van haar belangrijkste signaleringen over het maatschappelijk debat over genetische modificatie en de rol van de verschillende stakeholders daarin. In dit boek zullen ook enkele vooraanstaande wetenschappers en betrokkenen bij het debat een reflectie geven op de verschillende hoofdstukken, teneinde de lezer verdieping door een extra perspectief op de verschillende aspecten van het debat te bieden.

Prof. dr. ing. Sybe Schaap
Voorzitter COGEM